Een goed kaartspelletje heeft wat mij betreft een paar grote voordelen. Het past in een tas, je hoeft geen 83 onderdelen uit een doos te vissen en als iemand halverwege geen zin meer heeft, ben je meestal ook weer redelijk snel klaar. Vooral op vakantie vind ik dat ideaal. Een paar kaartspelletjes tussen de bagage en je hebt altijd iets achter de hand voor een regenachtige middag, een restaurant waar het eten nét iets te lang duurt of een avond waarop iedereen ineens roept dat hij zich verveelt.

Alleen zit er nogal een verschil tussen een leuk kaartspel voor een kind van zes en eentje waarmee je een dertienjarige nog aan tafel krijgt. Al moet je dat laatste ook weer niet overdrijven. Zet UNO neer en zelfs een puber die vijf minuten eerder beweerde dat spelletjes stom zijn, kan ineens opvallend betrokken raken bij de regels.

Dit zijn leuke en populaire kaartspelletjes voor kinderen van ongeveer 6 tot 14 jaar.

UNO

Laten we maar beginnen met de klassieker. Bij UNO krijg je kaarten in verschillende kleuren en met verschillende cijfers. Je legt steeds een kaart op die qua kleur of cijfer aansluit op de kaart die er al ligt en probeert als eerste van al je kaarten af te komen.

Tot zover de gezellige gezinsactiviteit.

Want natuurlijk zijn er ook actiekaarten. Je kunt iemand een beurt laten overslaan, de speelrichting omdraaien of een volgende speler extra kaarten laten pakken. Vooral die +4 kaart heeft al menig vriendelijk potje veranderd in een discussie over regels waarvan iedereen honderd procent zeker weet dat zijn eigen versie de officiële is.

UNO wordt vanaf ongeveer 7 jaar aangeraden en je kunt het met 2 tot 10 spelers spelen. Jongere kinderen hebben de basis meestal snel door, terwijl oudere kinderen het juist leuk vinden om elkaar met de actiekaarten dwars te zitten.

Er bestaan inmiddels enorm veel uitvoeringen. Naast de gewone UNO heb je bijvoorbeeld UNO Flip en het behoorlijk gemene UNO No Mercy. Voor jongere kinderen is er UNO Junior. Die versie kwam eerder al voorbij in mijn overzicht met leuke schoencadeautjes onder de 10 euro.

Beverbende

Beverbende ziet er schattig uit. Laat je daar vooral niet door misleiden, want ondertussen ben je behoorlijk aan het nadenken.

Iedere speler krijgt vier kaarten voor zich, maar je mag aan het begin maar twee kaarten bekijken. Het doel is uiteindelijk zo weinig mogelijk punten over te houden. Tijdens het spelen trek en wissel je kaarten en probeer je vooral te onthouden wat er voor je ligt.

Dat laatste gaat bij dit soort spellen uitstekend. Totdat iemand één kaart verplaatst en je complete interne administratie instort.

Er zitten ook actiekaarten tussen waarmee je bijvoorbeeld naar een kaart kunt kijken of kaarten kunt wisselen. Daardoor komt er meer tactiek bij kijken dan alleen een goed geheugen hebben.

Beverbende kan vanaf ongeveer 6 jaar en een potje duurt meestal rond de twintig minuten. Het is daarmee ook een fijn kaartspel voor kinderen die al iets meer uitdaging willen, maar geen zin hebben in ingewikkelde spelregels.

Dobble

Dit is er eentje waarbij kinderen volwassenen genadeloos kunnen inmaken.

Dobble bestaat uit ronde kaarten met daarop allerlei kleine afbeeldingen. Leg twee willekeurige kaarten naast elkaar en er staat altijd precies één symbool op dat op beide kaarten voorkomt. Dat moet je zo snel mogelijk zien.

Meer is het eigenlijk niet.

En toch zit je vervolgens naar twee kaarten te staren alsof iemand je een ingewikkeld wiskundig probleem heeft voorgelegd. Een kind van zeven roept ondertussen binnen een halve seconde: “SNEEUWPOP!”

Dobble Classic is geschikt vanaf 6 jaar en kan met 2 tot 8 spelers worden gespeeld. In het doosje zitten verschillende spelvarianten, waardoor je niet steeds exact hetzelfde hoeft te doen. Omdat lezen nauwelijks nodig is, kunnen kinderen van verschillende leeftijden bovendien gemakkelijk samen spelen.

Wil je eerst wat uitgebreider weten hoe het spel werkt? Ik schreef eerder al over Dobble als spelletje voor het hele gezin, inclusief de verschillende manieren waarop je het kunt spelen.

Halli Galli

Zet een belletje midden op tafel en vertel een groep kinderen dat ze daar zo snel mogelijk op moeten slaan. Een uitstekend idee natuurlijk.

Bij Halli Galli draait iedere speler om de beurt een kaart om. Op die kaarten staan verschillende soorten fruit. Zodra er op tafel precies vijf dezelfde vruchten zichtbaar zijn, mag je op de bel slaan. Wie als eerste is, wint de openliggende kaarten.

Dat woordje precies is belangrijk. Bij vier bananen mag je niet bellen. Bij zes ook niet. Je bent daardoor tegelijkertijd aan het kijken, tellen en opletten wat andere spelers omdraaien.

Halli Galli wordt vanaf ongeveer 6 jaar gespeeld en kan met maximaal 6 spelers. Een potje duurt vaak maar een kwartiertje. Vooral voor kinderen die graag snelle spellen spelen is dit een leuke. Verwacht alleen geen rustige tafel.

Waar is mijn kwartet?

Een wat minder voor de hand liggende naam tussen klassiekers als UNO en Halli Galli is Waar is mijn kwartet? van Tucker’s Fun Factory. Juist daarom vind ik hem leuk om hier tussen te zetten.

Het idee doet denken aan kwartetten, maar dan niet op de ouderwetse manier waarbij je eindeloos vraagt of iemand toevallig nummer drie uit de categorie boerderijdieren heeft. Bij Waar is mijn kwartet? spelen geheugen en goed kijken een belangrijke rol.

Wat ik vooral leuk vind aan dit spel, is dat je een makkelijke en een moeilijkere spelvariant hebt. Daardoor kun je het aanpassen aan de kinderen die meedoen. Dat is bij een leeftijdsgroep van 6 tot 14 jaar behoorlijk handig, want een spel dat voor een zesjarige uitdagend is, kan voor een twaalfjarige anders binnen drie minuten klaar zijn.

Ik schreef eerder een uitgebreide review over Waar is mijn kwartet? van Tucker’s Fun Factory. Daar leg ik ook de makkelijke en moeilijkere spelvariant uitgebreider uit.

Skip Bo

Skip Bo is zo’n spel waarbij de regels misschien iets minder snel uit te leggen zijn dan bij UNO, maar zodra je bezig bent valt het kwartje meestal snel.

Iedere speler heeft een eigen voorraadstapel die leeg moet. In het midden maak je gezamenlijk stapels die oplopen van 1 tot en met 12. Je probeert jouw kaarten daar zo slim mogelijk op kwijt te raken. De Skip Bo kaarten zijn jokers en kunnen voor ieder getal worden gebruikt.

Daarmee wordt het al snel meer dan alleen netjes tot twaalf tellen. Je wilt vooruitdenken. Speel je een kaart meteen of kun je hem beter bewaren omdat je daarmee straks misschien een hele serie kaarten achter elkaar kunt wegleggen?

Het spel wordt vanaf ongeveer 7 jaar aangeraden. Voor kinderen die UNO inmiddels een beetje simpel beginnen te vinden, maar nog geen heel ingewikkeld strategiespel willen, vind ik Skip Bo een mooie tussenstap.

Exploding Kittens

De naam doet al vermoeden dat dit geen traditioneel kaartspel met keurige harten en klaveren is.

Bij Exploding Kittens trek je tijdens je beurt een kaart. Trek je een exploderende kitten, dan lig je eruit. Tenzij je een kaart hebt waarmee je de explosie onschadelijk kunt maken. Ondertussen kun je met andere kaarten beurten overslaan, in de stapel kijken of proberen jezelf op een andere manier uit de problemen te redden.

Het grappige is dat het spel steeds spannender wordt. In het begin trek je vrij ontspannen een kaart. Tegen het einde weet je dat er ergens in dat steeds kleiner wordende stapeltje een Exploding Kitten zit en vindt ineens niemand kaarten trekken meer leuk.

De originele versie wordt vanaf 7 jaar aanbevolen en is geschikt voor 2 tot 5 spelers. Door de tekeningen en nogal vreemde humor verwacht ik dat vooral kinderen vanaf een jaar of acht hier veel plezier aan beleven.

Ligretto

Bij Ligretto hoef je niet netjes te wachten totdat degene naast je eindelijk heeft besloten welke kaart hij wil spelen. Iedereen speelt tegelijkertijd.

En ja, dat wordt dus chaotisch.

Je probeert zo snel mogelijk kaarten in oplopende volgorde in het midden neer te leggen. Zie je dat je een kaart kwijt kunt, dan leg je hem neer. Maar een andere speler kan precies dezelfde mogelijkheid zien en nét sneller zijn.

Ligretto wordt meestal vanaf ongeveer 8 jaar gespeeld. Met één doosje kun je met maximaal vier spelers spelen. Het slimme is dat de verschillende gekleurde uitvoeringen met elkaar gecombineerd kunnen worden. Met meerdere sets kun je dus met een grotere groep spelen.

Een ronde hoeft maar tien tot vijftien minuten te duren. In die tien minuten gebeurt overigens genoeg.

Phase 10

Phase 10 zou ik niet als eerste kaartspel voor een zesjarige uit de kast halen. Voor wat oudere kinderen is het juist leuk omdat er meer in zit.

Het idee doet een beetje denken aan rummy. Je verzamelt combinaties van kaarten, alleen moet je gedurende het spel tien verschillende fases doorlopen. De opdracht verandert dus. De ene keer heb je bepaalde setjes nodig, de volgende keer probeer je een reeks te verzamelen.

Heb jij jouw fase gehaald? Dan ga je door. Lukt het niet, dan moet je diezelfde fase in de volgende ronde opnieuw proberen.

Dat kan behoorlijk irritant worden wanneer iemand anders vrolijk verdergaat en jij nog steeds dezelfde combinatie bij elkaar probeert te sprokkelen. Maar juist daardoor blijft er iets te halen.

Voor kinderen vanaf ongeveer 9 à 10 jaar die al gewend zijn aan kaartspelletjes vind ik Phase 10 een leuke optie. Een potje duurt ook duidelijk langer dan bijvoorbeeld Dobble of Halli Galli.

Vlotte Geesten

Officieel is Vlotte Geesten niet helemaal een traditioneel kaartspel, want er staan ook vijf houten voorwerpen op tafel. Toch neem ik hem mee, omdat kaarten wel bepalen wat je moet doen en hij qua formaat en speelduur prima tussen deze spellen past.

Er wordt steeds een kaart omgedraaid. Soms staat daarop een voorwerp precies in de juiste kleur. Dan moet je dat voorwerp zo snel mogelijk pakken.

Maar staat er geen juiste combinatie op? Dan moet je juist bedenken welk voorwerp én welke kleur helemaal ontbreken.

Dat tweede gedeelte zorgt ervoor dat je hersenen af en toe volledig de verkeerde afslag nemen.

Vlotte Geesten kan vanaf ongeveer 6 jaar worden gespeeld en is geschikt voor 2 tot 8 spelers. Snelheid helpt, maar goed kijken is minstens zo belangrijk. Daardoor kunnen jongere kinderen het verrassend goed opnemen tegen oudere kinderen en volwassenen.

Take 5

Take 5 vind ik vooral interessant voor het oudere deel van deze leeftijdsgroep. Hier draait het niet om snelheid, maar om inschatten wat er gaat gebeuren.

Iedere speler heeft genummerde kaarten en kiest iedere ronde tegelijkertijd een kaart. Die kaarten worden vervolgens in oplopende volgorde aan vier rijen op tafel toegevoegd. Leg jij de zesde kaart bij een rij, dan moet je de vijf kaarten die er al liggen pakken. En die leveren strafpunten op.

Je probeert dus te voorspellen waar jouw kaart terechtkomt én wat andere spelers waarschijnlijk neerleggen. Dat lukt soms fantastisch. En soms absoluut niet.

Omdat iedereen tegelijkertijd kiest, blijft het spel lekker doorlopen. Ik zou Take 5 vooral aanraden voor kinderen vanaf ongeveer 10 jaar die het leuk vinden om tactisch te spelen en al gemakkelijk met getallen omgaan.

Zijn kaartspelletjes met cijfers een succes bij jouw kind, dan kun je ook eens kijken naar mijn ervaring met Tomato!, een snel kaartspel met cijfers.

Welk kaartspel past bij welke leeftijd?

Voor kinderen van 6 en 7 jaar zou ik beginnen met Dobble, Halli Galli, Beverbende, Waar is mijn kwartet? of Vlotte Geesten. Ze hoeven weinig te lezen, de spelregels zijn redelijk snel te begrijpen en een potje duurt niet meteen een uur.

Rond 7 à 8 jaar worden UNO, Skip Bo en Exploding Kittens interessant. Houdt jouw kind vooral van snelheid en een beetje chaos, kijk dan ook naar Ligretto. Een kind dat liever nadenkt en vooruit plant, zal waarschijnlijk eerder plezier hebben van Beverbende of Skip Bo.

Vanaf ongeveer 10 jaar kun je makkelijker spellen kiezen waarbij tactiek belangrijker wordt. Phase 10 en Take 5 passen daar goed bij. Tegelijkertijd zou ik de simpelere kaartspelletjes zeker niet opruimen zodra kinderen naar de middelbare school gaan. Een spel hoeft niet ingewikkeld te zijn om leuk te blijven.

Dat is misschien ook precies waarom kaartspelletjes zo handig zijn om in huis te hebben. Vandaag speel je vijf minuten Dobble met een zesjarige, morgen zit je met het hele gezin fanatiek aan UNO en tijdens de vakantie blijkt dat ene kleine doosje ineens vaker uit de kast te komen dan het grote bordspel dat je met veel moeite in de koffer hebt gepropt.