Een ware klus

Het wordt een bijzondere kerst dit jaar. Ik merk dat ik het steeds ingewikkelder vind om de feestdagen met mijn vier kinderen en hun partners en bijbehorende kleinkids rond te breien. Als we alleen met het gezinnetje etc. bij elkaar zijn, staat de teller al op 20, maar met de bonuskleinkids die ons ook be-omajen en be-opajen, kun je er meteen 2 bij optellen. Een tsunami dus aan bezoek, die je allemaal van eten en drinken moet voorzien. 

En dan hebben we het nog niet eens over het tijdstip. De datum is ook al een puzzel op zich, want elk gezinnetje heeft te maken met de zogenaamde koude kant, die ook bepaalde kerstwensen koestert. Een oplossing zou kunnen zijn dat je ergens een zaaltje huurt en de kerst afkoopt, maar dat vind ik niet zo gezellig. Wel praktisch natuurlijk, dan ben je meteen van al het gesleep met boodschappen af. Toch kies ik daar bewust NIET voor.

Traditie

Ik ben opgevoed met de traditie dat kerst een familiefeest is. Als kind verheugde ik me er altijd op. Dan verhuisde mijn moeder de tafel uit de wachtkamer naar de spreekkamer, want er kwamen altijd VEEL mensen mee-eten. Ik genoot van de drukte in huis, van de gezelligheid en de heerlijke kookluchtjes. Van de kerstboom met ECHTE kaarsjes, het kerstverhaal dat voorgelezen werd tijdens de borrel en vooral van het moment dat we daarna met zijn allen AAN TAFEL gingen, in de spreekkamer waar je als kind nooit mocht komen. Die afdeling hielden mijn ouders streng gescheiden van het woonhuis. 

Daar stond dan ineens de sjiek-de-fiep gedekte tafel, met… schaaltjes met rode CHOCOLAATJES! Een soort veredelde smarties, waar je tijdens het eten af en toe van kon snoepen. Tot je op heterdaad betrapt werd dat je hand te vaak richting het schaaltje kroop. 

Haas

We aten met kerst vaak haas. Die had mijn vader in die tijd van dankbare patiënten gekregen en dan liet hij de hazen, met vastgebonden poten ondersteboven hangend aan de buitenkast, op het binnenplaatsje ‘ adelen’, een deftig woord voor een langdurig en ver gevorderd rijpingsproces. Tegen de tijd dat de huid van de hazen zo ongeveer mottige plekken begon te vertonen, ging mijn moeder de beesten villen. ‘Goed kijken,’ zei ze tegen mij, ‘op deze manier heb ik het ook van mijn grootvader geleerd.  Dan kun je het later ook zelf doen.’ Ik stond er dus met mijn neus bovenop als klein kind toen ze de eerste inkeping in de huid zette. Werd al gauw misselijk van de penetrante geur van de adellijke haas, maar mijn nieuwsgierigheid won het toch . Ze liet me zien waar de gal zat en waarschuwde me ervoor dat je die HEEL eruit moest snijden. ‘Anders is de smaak van het vlees bedorven.’ 

’s Avonds kreeg ik geen hap meer van diezelfde haas door mijn keel, maar dat mocht de pret niet drukken: ik verheugde me immens op het toetje dat daarna volgde!

Kerstbord

In mijn jeugd had mijn moeder de traditie van haar schoonfamilie overgenomen: het kerstbord! Een bijna heilig verklaard toetje: op een met een rood servetje bedekt bord lagen een mandarijn met een brandend sterretje erin geprikt en allemaal verschillende soorten chocolade, walnoten, hazelnoten, marsepein, rozijnen. De bedoeling was dat je dan ging ruilen met elkaar. ‘Wil jij drie walnoten van mij, tegenover een stukje chocolade?’ Mijn moeder aasde altijd op de marsepein en mijn vader op de walnoten, dat hoorde nu eenmaal bij het ruilspel. Mijn oma offerde zich steevast op voor de mandarijnen. Vaak had ik te doen met mijn ouders en oma die zich door ons zo lieten overvleugelen en genoegen namen met hun eenzijdige keuze tegen ‘woekerprijzen’, maar het volgeladen bord dat me na afloop toelonkte, dat was toch altijd wel een overheerlijke afsluiting van het kerstdiner. De volgende dag was alles op. Nu ik eraan terugdenk, voel ik mijn maag bijna weer opspelen. 

Jammer

Dit jaar had ik kerst helemaal dichtgetimmerd. De bestellingen op tijd geregeld, de kerstdineetjes doorgesproken, verschillende kerstdata vastgelegd, ja, ik was er klaar voor, en toen kwam tante Corona voor de tweede keer op bezoek. Bij een van de gezinnetjes, hopla, in quarantaine. 

Wat wil nu het toeval? Uit pure nostalgie had ik een paar weken geleden heel veel rode chocolaatjes gekocht, wetende dat ook mijn vier kinderen vanuit hun jeugd de traditie van het kerstbord kennen. Ik gunde hun deze ‘sweet memory’, ook al waren het slechts deze rode chocolaatjes en niet een heel bord vol zoetigheden. 

Hmmm. Het zijn er wel heel veel, realiseer ik me nu. Hopelijk bederven ze niet, hoewel chocolade ook wit kan uitslaan. Misschien moet ik deze traditie maar eens overboord gooien.